1. Home
  2. Werk-privébalans
  3. Met pensioen
  4. Doorwerken zo lang het leuk is

Doorwerken zo lang het leuk is

10 10 minuten lezen
Overzicht
  • 0 reacties
  • 0 vind ik leuks
“Wil je mij komen helpen om de uitval van mijn DBC-declaraties op te lossen?” Over dat aanbod hoeft Marco Bremer niet lang na te denken. Drie maanden na zijn pensionering gaat hij weer werken in deeltijd. Een chirurg bij Bergmanclinics die hem nog kent uit zijn werkzame leven, roept zijn hulp in bij terugkerende problemen in de administratie. We worden niet alleen steeds ouder, we zijn ook tot op hogere leeftijd vitaler dan vroeger. Je pensioenleeftijd hoeft daarom niet langer automatisch het einde te betekenen van je werkzame leven. Lees hoe Marco tot het besluit kwam zijn geliefde werk weer op te pakken.

Marco Bremer is 68 jaar en woont met zijn vrouw in Zuidlaren. Hij heeft een afwisselende en lange carrière in de zorg achter de rug. Hij verlaat de middelbare school zonder diploma. Thuiszitten wil hij niet en hij gaat bij de Philipsfabriek aan de lopende band werken. De verdiensten zijn goed maar het werk is eentonig. Om erachter te komen wat hij dan wél wil, meldt hij zich bij het Arbeidsbureau (nu UWV WERKbedrijf). Zij zetten hem op het spoor van de -in-service opleiding Verpleegkunde A. Als jongen van bijna 18 jaar maakt hij de overstap naar de zorg in een leer- en werktraject. 

“Ik was de jongste in een groot gezin. Mijn moeder overleed toen ik vier jaar was. Ik deed samen met mijn vader en broers het huishouden. Mijn broers vlogen uit, de zorg voor mijn bejaarde vader kwam op mij neer. We hadden het niet breed dus huishoudelijk werk was vooral handwerk, zonder warm stromend water of een wasmachine. Hoe graag ik dat ook deed voor het gezin, het beperkte mij wel in mijn ontwikkeling.” 

“Aan de lopende band werken was het niet écht voor mij. Van huis uit had ik het zorgen voor anderen meegekregen”  

Marco komt terecht bij het Bethesdaziekenhuis in Hoogeveen. Tijdens de opleiding is inwoning in het zusterhuis (personeelskamers) verplicht. Dat is voor hem een belangrijke stap naar zelfstandigheid en volwassenheid.

Specialisatie brandwondenzorg  

Het blijkt de start te zijn van een afwisselende loopbaan. Marco komt na zijn opleiding terecht op de afdeling Traumatologie, de voorloper van de spoedeisende hulp. Hij assisteert er bij kleine chirurgische ingrepen en leert zijn toekomstige vrouw kennen. Zij zet hem op het spoor van de psychiatrische zorg. Zijn nieuwsgierigheid leidt hem naar zorgcentrum Dennenoord in Zuidlaren, waar hij aan de vooropleiding en een stage kan beginnen. 

“Dat had ik na drie maanden wel gezien. Psychiatrische zorg was vooral veel naar de cliënten luisteren en veel sigaretten roken! Ik moest echt op mijn handen gaan zitten als doener. Op zoek naar meer actie kwam ik via het uitzendbureau terecht bij de afdeling Chirurgie van het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Maar ik wilde graag verder leren.”  

 

“Geef mij maar fysieke zorg, dat is lekker praktisch.”  

Marco solliciteert bij het Brandwondencentrum van het Martini Ziekenhuis. Hij komt bij de eerste groep van de Opleiding Intensieve Verpleging Brede Basis. Daarnaast specialiseert hij zich in de behandeling van de patiënten met brandwonden. Daar merkt hij dat hij instrueren leuk vindt. Regelmatig neemt hij nieuwe collega’s onder zijn hoede en begeleidt hij stagiairs. 

Zijn leidinggevende ziet Marco’s onderwijskwaliteiten en stelt hem voor de docentenopleiding Gezondheidszorg te gaan volgen. Naast het praktijkbegeleiden geeft hij lessen brandwondenzorg aan een reeks verpleegkundige vervolgopleidingen in Noord- en Oost-Nederland. Door dit werk komt hij in contact met zijn collega-docenten in de andere twee specialistische centra in Beverwijk en Rotterdam. Voor de Nederlandse Brandwondenstichting zetten ze samen een vervolgopleiding brandwondenverpleegkunde op. 

De wetenschap in

De belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek neemt toe binnen de brandwondencentra. Directeur Hans van Nassau wil daarom graag een academisch geschoolde verpleegkundige in de centra van Rotterdam, Beverwijk en Groningen. Zo komt hij terecht bij Marco, die op zoek gaat naar een geschikte kandidaat. Als hij Hans vertelt dat hij iemand op het oog heeft, krijgt hij als reactie: “Je hoeft niet op zoek te gaan, ik heb jou toch al gevonden?”  

Marco twijfelt over zijn kwalificaties; hij heeft immers de middelbare school niet afgemaakt. Hans gelooft echter in zijn capaciteiten en biedt hem de kans de deeltijdstudie Verplegingswetenschap in Groningen te volgen. Zijn docentenopleiding is het toegangskaartje. Het Martini Ziekenhuis geeft hem een dag in de week vrij voor de colleges. De Brandwondenstichting betaalt alle kosten. Na een stoomcursus wiskunde aan de RUG  rondt hij zijn masterstudie in vijf jaar succesvol af, nota bene in deeltijd naast zijn werk als praktijkbegeleider en IC-verpleegkundige. 

“Er kwam veel op mij af: verzorgen, begeleiden, coördineren, onderzoeken. Ik moest wel gaan kiezen”  

 

“Het was een interessante tijd maar ook heel druk: ik was verpleger, praktijkbegeleider én onderzoeker. Na de enorme patiëntenpiek door de cafébrand in Volendam mocht ik mijn zorgtaken afbouwen. Daardoor ontstond ruimte om te doen wat ik op dat moment het liefst deed: dataverzameling en statistische analyse”.

 

Slachtoffers met brandwonden maken een pijnlijk genezingsproces door. Ze kampen met stressreacties omdat ze een ongeval meestal bewust meemaken. Samen met de klinisch psycholoog doet Marco jarenlang onderzoek naar de pijnervaring van de patiënten. Ze testen afleidingsmethoden tijdens het wisselen van de bandages, zoals immersive virtual reality.

 

Daarnaast onderzoeken ze de psychologische gevolgen van het oplopen van brandwonden. Welke factoren veroorzaken posttraumatische stress bij slachtoffers en getuigen? Hoe is de kwaliteit van leven na een ongeval? 

 

“Ouders van kleine kinderen met brandwonden hebben vaak een enorm schuldgevoel. Hoe gaan ze daarmee om? Het was een boeiende periode in mijn loopbaan. Helaas ging de psycholoog met wie ik heel fijn samenwerkte met pensioen en het Groningse team ging zich meer richten op fysiek onderzoek. Dat was voor mij het moment om weer op zoek te gaan naar wat anders.”  

Van onderzoeker naar beleidsmedewerker

Marco volgt een coachingstraject waaruit blijkt dat hij veel affiniteit heeft met cijfers en administratief werk. Hij gaat helpen met rapportages en begrotingen. De komst van het elektronisch patiëntendossier betekent ook de invoering van de DBC-administratie: een declaratiesysteem dat diagnosen, behandelingen en verrichtingen automatisch koppelt, van behandelaar tot zorgverzekeraar. 

 

“Totdat invoer verkeerd gecodeerd is en uitvalt. Ik kreeg de taak uitval handmatig op te lossen zodat ook de afgekeurde declaraties verder kunnen. Daarbij gaat het om enorme bedragen. De DBC-administratie is een centraal systeem maar de fouten werden op de werkvloer gemaakt. Ik ging de organisatie in en merkte dat door mijn aanpak de fouten afnamen. 

 

Zo zat ik ineens midden in de financiering van de zorg. De laatste tien jaar van mijn loopbaan werkte ik als beleidsmedewerker en key-user. Ik ging bij meer afdelingen langs om hun haperende DBC-administratie op orde te krijgen. Ik vond het puzzelen heel leuk om tot een concrete oplossing te komen.”

“Ik vind het heerlijk in een probleem te duiken en het werk voor anderen makkelijker te maken”  

Met pensioen...en toen

Marco kan heel goed overweg met zijn leidinggevende Jacob Blik. Die geeft hem alle ruimte en vertrouwen om zijn werk te doen. Ze vullen elkaar goed aan: Marco is van de cijfers en de beredenering, Jacob van de sociale omgang in het team. Alles bij elkaar werken ze ruim 20 jaar nauw samen. Als Jacob door ziekte voortijdig uitvalt, besluit Marco dat het mooi geweest is. Na ruim vijfenveertig werkzame jaren gaat hij met pensioen op 1 oktober 2020. 

 

Drie maanden later gaat de telefoon. Het is de secretaresse van het brandwondencentrum. Een plastisch chirurg van Bergmanclinics in Naarden die Marco nog kent van zijn tijd bij het Martini Ziekenhuis heeft naar hem gevraagd. De chirurg vraagt Marco om hulp bij de DBC-administratie die hij daar nu zelf moet doen. 

 

“Hij stelde voor dat ik dat als zzp’er kwam doen. Van mijn broer begreep ik dat zelfstandig ondernemerschap ook veel geregel betekent. Dat leek me lastig en risicovol. Voor het geld hoefde ik het ook niet te doen. Het leek me wel aardig mijn oude werk weer op te pakken voor een paar uur per week. Ik miste toch een beetje de uitdaging en de waardering. Mijn voorwaarde was een nul-urencontract, dan was de omgang met vertrouwelijke dossiers ook meteen geregeld. Daar ging de kliniek mee akkoord en ik ging aan de slag.”  

 

Marco’s werk wordt op prijs gesteld en het gaat hem zo makkelijk af dat hij de Bergman-locaties in Breda en Amsterdam ook ontlast. Hij heeft korte lijntjes met de medisch specialisten en de afdeling ZorgControl. Zo houden ze samen de DBC-administratie op orde. Dat levert hem 10 tot 12 uur werk in de week op. Die uren kan hij flexibel invullen vanuit huis. Hij heeft daar een goede werkplek met twee beeldschermen.

Zinvol en in balans

Gevraagd naar zijn voorgenomen plannen na pensionering vertelt Marco: “In mijn werkzame leven heb ik altijd het idee gehad dat ik mensen zou gaan helpen met hun financiën, bijvoorbeeld als buddy. Omdat daarin het zorgaspect terugkomt en het cijfermatige. Dat is er niet van gekomen op die manier, maar mijn werk voor Bergmanclinics ligt er dicht tegenaan. Net als in het huishouden laat ik de boel graag netjes achter. Ik zorg ervoor dat de kliniek geen inkomsten misloopt én dat de cliënten niet te veel betalen. Het kost me weinig moeite door mijn ziekenhuiservaring. En het is goed te combineren met privé omdat ik mijn tijd zelf kan indelen.

 

Lange vakanties hoeven niet voor mij en mijn vrouw. Ze heeft een volkstuin die ze graag onderhoudt. Tijd doorbrengen met de kleinkinderen vinden we ook prachtig. Ik zorg er echt voor dat ik daar de ruimte voor heb. En zij vinden het ook geweldig bij ons: want wij eten aardappelen, groenten en vlees met jus!   

 

Verder heb ik door een revalidatietraject na mijn hartoperatie in 2023 de sportschool in ons dorp ontdekt. Ik doe daar zo’n drie keer in de week cardio en fitness; heerlijk voel ik me daarbij. Het is ook goed voor de sociale contacten: aan de stamtafel ontmoette ik een man uit Gambia die net vier maanden in Nederland was. We raakten al pratend bevriend en voordat ik het wist was ik getuige bij zijn huwelijk. 

“Werken is ook gewoon: voor jezelf kunnen zorgen” 

 

Wat is het geheim achter een lang en gelukkig werkzaam leven? In de eerste plaats moet je voor jezelf kunnen zorgen, je eigen geld verdienen. Die overtuiging heb ik altijd gehad. Zorgzaamheid is een karaktertrek die mij ook veel heeft gebracht. Iets doen voor een ander geeft voldoening.  

 

Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten en perioden waarin ik minder gelukkig was op het werk of thuis. Ik heb moeten leren dat je best ‘nee’ mag zeggen om jezelf te beschermen. Door schade en schande soms: zo duurde het vrij lang voordat ik erachter kwam dat ik door wisselende diensten, vooral in de nacht, depressief werd.   

 

Door te laten zien wat ik kan, heb ik kansen gekregen. En die heb ik uit nieuwsgierigheid ook gepakt. Er kwam steeds weer iets nieuws op mijn pad. Ik ben een gelovig mens en vind dat er boven goed voor me is gezorgd. Ik tel mijn zegeningen. Zo zijn die vijfenveertig jaar omgevlogen.  

 

Mijn vrouw was verpleegkundige, en daarna full-time moeder tot dat onze drie kinderen naar de middelbare school gingen. Zonder haar steun en inzet had ik nooit kunnen doen wat ik heb gedaan. Ze ging vijf jaar geleden aan de slag als moestuinadviseur voor een zaadhandel in Hoogeveen. Een droom kwam uit, ze maakte van haar hobby haar werk. In augustus 2026 bereikt ze de AOW-leeftijd. Dat lijkt me een mooi moment om eens te kijken wat we verder met ons leven willen.”  

Reageren

Reageer hieronder op het artikel. Je ingevulde voornaam is te zien bij je reactie.

Dit formulier is beveiligd met reCAPTCHA en Google's Privacybeleid en Servicevoorwaarden zijn van toepassing.